vrijdag 15 februari 2013

Fayoum: naturalistische portretten uit de Egyptische oudheid



William Flinders Petrie (1853-1942) was een Britse archeoloog en egyptoloog die in de negentiende eeuw belangrijke opgravingen deed in Egypte. In de plaats Fayoum was hij de ontdekker van een begraafplaats uit de eerste tot de derde eeuw na Christus, waar hij een grote hoeveelheid sarcofagen aantrof. Deze sarcofagen bevatten soms een in doeken gewikkeld realistisch portret van de overledene (1 of 2% van de gevonden sarcofagen). Uit onderzoek blijkt, dat deze werden geschilderd met een wastechniek, encaustiek genoemd. Daarbij smolt men bijenwas en vermengde deze substantie met o.a. pigmenten en hars.
Deze 1000 jaar oude techniek zorgde ervoor dat de pigmenten goed werden geconserveerd. Hierdoor zijn zij tot op de dag van vandaag nog steeds te bewonderen. De afgebeelde overledenen waren waarschijnlijk niet onbemiddeld en hadden behoord tot de militaire klasse, waren ambtenaren geweest of hadden een religieus ambt bekleed. Hoewel hun kleding de Romeinse mode van die tijd volgde, was hun achtergrond gemixt: zowel Romeinse, Egyptische als Griekse namen komen voor op hun sarcofagen. De meeste Fayoum-portretten laten de overledene zien op jonge leeftijd. Men vermoedde aanvankelijk dat de portretten al werden gemaakt tijdens hun leven en in hun huis neergezet, ongeveer zoals wij foto’s aan de muur hangen. Dit was wel gebruikelijk in de Griekse traditie, maar wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat men de portretten pas schilderde op het moment dat de sarcofaag werd vervaardigd. De relatieve jonge leeftijd kan duiden op de lage levensverwachting uit die tijd. Het kan echter ook een flatteuze weergave zijn van de overledene tijdens zijn of haar leven.

Portret van een vrouw uit de tweede eeuw (Louvre, Parijs)
De Fayoum-portretten zijn van een enorme kunsthistorische waarde. Helaas is de verzameling gevonden portretten over de wereld verspreid, zodat een compleet overzicht ontbreekt. Maar het is fascinerend om ze eens naast elkaar te leggen en een kijkje in de Oudheid te nemen.
Op Youtube heb ik een filmpje kunnen vinden, die een aantal van die portretten de revue laat passeren. De bijpassende achtergrondtune is een reconstructie van de (religieuze?) muziek zoals die volgens een Spaanse musicoloog (Rafael Pérez Arroyo) moet hebben geklonken in de Egyptische Oudheid.

In één woord: prachtig!

donderdag 31 januari 2013

Het nieuwe goud heet walviskots


Wie geluk heeft en een flinke, stinkende grijze steen aan het strand ontdekt, is in een klap van zijn financiële problemen af. Althans, als de grijze steen geen steen blijkt te zijn, maar grijze amber. Liefhebbers betalen er grif geld voor. Waarom? Het is exclusief spul, stinkt en je kunt er van alles mee.

Dit vraagt om een nadere verklaring. Het zit zo. Je hebt bruine amber en grijze amber. Bruine amber kennen we allemaal als barnsteen. Grijze amber of ambergris is minder bekend. Dit is evenals de bruine amber een product dat aan het strand te vinden is, maar is daarentegen van dierlijke oorsprong. Het is een braakbal uit de darmen van een potvis. Potvissen produceren in hun maag namelijk een speciale slijmlaag waarmee ze scherpe voorwerpen, zoals steentjes, schelpen, kalkskeletten, visgraten, enzovoorts onschadelijk maken. Eens in de zoveel tijd braken ze zo’n slijmklont uit. In reactie met het zoute zeewater versteent deze braakbal, die vervolgens soms op het strand aanspoelt. Alles fris en fruitig, maar waarom is deze bijzondere braakbal dan zoveel waard?
Grijze amber is het duurste ingrediënt van de Franse parfumindustrie. Amber stinkt verschrikkelijk, maar dat is niet de reden waarom het zo gewild is. De verklaring: goedkope parfums blijven niet plakken. Ze vervluchtigen binnen korte tijd. Precies. De braakstof is namelijk een fixeermiddel: daardoor blijft het op de huid plakken. En dat niet alleen: de parfumaroma’s klitten samen, een ideale combinatie van twee eigenschappen.
Oude amber ruikt naar muskus (ook van dierlijke oorsprong). Het is een gewilde geur bij parfummakers, reden waarom zij er hoge sommen geld voor bieden. 15 euro per gram is normaal; een gemiddelde klomp ambergris brengt dan al gauw 1500 euro op.


Ten slotte is het aardig om te weten, dat je walviskots ook als gerecht kunt eten. De Britse topkok Heston Blumenthal van The Fat Duck (zie bovenstaande foto) in het dorpje Bray in Berkshire, draait er zijn hand niet voor om. Je kunt amberkots namelijk smelten tot een chocoladeachtig goedje, het zal ongetwijfeld sterk ruiken, maar of het ook zal smaken… alleen al bij de gedachte ga ik al ehhh kotsen.

zaterdag 12 januari 2013

De kinetische kunst van Zoro Feigl


De kunst van de jonge kunstenaar Zoro Feigl heeft iets onvoorspelbaars en iets moois tegelijk. Mooi is een vage term, maar als het fascineert, als je er langer dan verwacht naar blijft kijken, dan kun je het toch wel als zodanig bestempelen. Het onvoorspelbare zit 'm in het effect dat ontstaat nadat het kunstwerk gaat bewegen. Meestal mechanisch: via een elektromotor. Het onvoorspelbare element is misschien zelfs wel datgene, waardoor het kunstwerk z'n bekoring krijgt. Het onvoorspelbare ligt dus blijkbaar in het verlengde van de esthetiek.
Feigl:
Mijn werken zijn vaak groot en luidruchtige machines die niks maken. Meestal gaan ze over esthetische bewegingen. Ik houd van natuurkundige principes, maar niet om ermee te rekenen. Ik vogel een beetje uit welke variabelen van invloed zijn en ja, daarbij blaas ik wel eens een motortje op. Dat is niet zo erg: ik doe soms onverwachte ontdekkingen omdat er iets onverwachts gebeurt. En dat vind ik retespannend. Vaak wordt het werk er beter van.
Vaak worden in de wetenschap precies op die manier ontdekkingen gedaan: als bij-effect van een experimentele opstelling. Wetenschap en kunst hebben allebei wel iets met dat ongrijpbare principe van de esthetiek.
Wie Feigl is, en welke werken hij recent heeft gefabriceerd, wordt duidelijk in de volgende video waarin hij zelf aan het woord komt.



Verder kun je YouTube filmpjes bekijken op zijn eigen website: ZOROFEIGL.NL

zaterdag 27 oktober 2012

Ballet is niet alleen voor de elite


Gisteren mijn dochter en mijzelf getrakteerd op een balletvoorstelling van het Nationaal Ballet in de Stopera (Muziektheater) in Amsterdam. Ik had kaartjes besteld via internet, nog geen 30 euro p.p. voor een hele avond spektakel van de hoogste orde. Een koopje voor de liefhebber die voor mindere kwaliteit in het buitenland terecht kan voor veel meer geld. Het is bijna ongelooflijk dat je voor deze prijs een compleet orkest met 45 of meer musici krijgt voorgeschoteld, het Holland Symfonia, bovenop het wereldvermaarde balletgezelschap van zo'n 80 dansers. En dan heb ik nog niet alle technici en personeel meegerekend die achter de schermen hun vaardigheden uitoefenen.

Gelukkig zijn deze mensen niet wegbezuinigd, maar ik vraag me terdege af waar het publiek bleef want de zaal was maar voor 60 à 70% gevuld. Een nachtmerrie voor de directie van het theater en de staf, waarschijnlijk. Wat is de oorzaak dan?
Is dans niet populair, soms? Afgaande op de vele dansprogramma's op tv lijkt dat in ieder geval niet de reden. Klassiek ballet, is dat uit de mode? Het is natuurlijk moeilijk vast te stellen of dat het geval is. De een na laatste keer dat ik een balletvoorstelling bezocht, enige jaren geleden, was de voorstelling uitverkocht.
Zou het dan aan de programmering liggen? Het is een mogelijkheid. In de krant kreeg deze voorstelling: Carmen-Paquita-Bolero, 3 sterren uit 5. Geen hoge score. Het is wel een voorstelling bestaande uit 3 delen, wat inhoudt dat misschien een deel van het programma bij sommigen minder interesse zal opwekken.
Anderzijds zal de economische recessie meespelen. We zien dat echter niet in alle kunst- en cultuurevenementen terug. Wellicht dat ballet toch een soort uitgaansevenement is wat toegeschreven wordt aan de elite? TEN ONRECHTE!

Hoe het ook zij, de Spaanse voorstelling (die niet echt 100% Spaans was, overigens) was de moeite dubbel en dwars waard. Mijn dochter heeft er zelfs van genoten, en neem van mij aan, dat wil wat zeggen. Het eerste deel is de wat gedateerde Paquita van Marius Petipa, een introductie van de klassieke dans die je ogen op de kunstige hoogstandjes van de dansers gericht houdt. Dat moet ook wel, vanwege het wat saaie decor, en de dito belichting. Het tweede deel is totaal anders: de Bolero van Ravel is opzwepend, het decor is eenvoudig maar geweldig uitgelicht en de dansers zijn in optima forma, het spat allemaal van de bühne, met een daverend applaus tot gevolg. De derde ronde is weggelegd voor een wat vreemde maar verrassende Carmeninterpretatie. Het begin heeft wat weg van West Side Story, en ik meende zelfs te horen dat het orkest de begintonen hiervan door de noten van de Carmen heen speelde. Dit deel was op het eind misschien iets te lang, maar al met al verdient de voorstelling zeker een dikke 8.
Dat de programmering, de decors, de kleding of de verlichting heeft moeten inboeten vanwege de bezuinigingen is te begrijpen, aan de dansers is van schraalheid niets te zien, integendeel: zij schitterden als sterren. Nou ja, het viel wel op dat sommige danseressen wel errug mager waren (je kon de botten zien zitten), dus misschien krijgen ze wel minder salaris... Alle gekheid op een stokje: ga alsjeblieft deze voorstelling nog zien en zorg dat de zaal goed vol zit. (Tip: Als dat niet het geval blijkt, koop dan een goedkoop kaartje en wissel van plek.)

woensdag 24 oktober 2012

Ruim denken en krap wonen


Wie noodgedwongen kleinbehuisd is, zoals ik, propt zijn woonstee vast en zeker vol met zijn of haar bezittingen. Maar je kunt ook vrijwillig kleinbehuisd wonen en spaarzaam omgaan met de ruimte en spullen die je hebt. De Israëlische schrijver Etgar Keret (1967) bijvoorbeeld. Hij koos bewust om in een absurd krappe woning te wonen, en met reden. Keret heeft Poolse roots en zijn familie heeft vóór de Tweede Wereldoorlog in Warschau gewoond, niet ver van de plek waar nu zijn experimentele woonhuis staat: ingeklemd tussen de muren van twee gebouwen. Het is - puur bij toeval - op de grens waar vroeger twee ghetto's gescheiden waren door een brug.
Keret beschouwt dit huis als een soort monument voor zijn familie. Zijn ouders hebben de holocaust overleefd als enige van hun beide families. Hoewel hij er maar drie jaar gaat werken en leven, ziet hij dit kunstproject (want dat is het) als het ondergaan van een moeilijke periode uit het leven van zijn ouders.

[Het karkas van het huis in aanbouw]

Naar verluidt zou dit smalste huis ter wereld (122 cm breed - ter grootte van een klein bureau of fornuis)slechts tot doel dienen als werkruimte voor Keret, maar verkassen hoeft hij niet want het heeft een bed, een keukentje, a minitoilet en dito douche, een zitzak en een paar tafeltjes. Alle comfort van een motorjacht zal ik maar zeggen. Net als een modern jacht bestaat het huis bijna geheel uit aluminium en polycarbonaat (een soort plexiglas). De trap naar het woongedeelte is mechanisch op de trekken, zodat ongewenste indringers buiten blijven en extra ruimte wordt gecreëerd (zie onderstaande maquette). De Poolse architect Jakub Szczesny van het bureau Centrala heeft een knap staaltje werk geleverd.




Etgar Keret geniet in Nederland enigszins bekendheid vanwege zijn humoristische, absurdistische verhalen, onder de titel "Verrassing", verschenen bij uitgeverij Podium. Gezien het genre van zijn verhalen zal deze "sit-in" wellicht tot spectaculair tragikomische scènes leiden, die in een nieuw boek verwerkt worden. Dat belooft wat!

zondag 30 september 2012

Kiplekkere kunst


Ik geloof dat het kunstenaars zijn die belangrijker worden voor ons collectief bewustzijn naarmate ze meer gefocust zijn op één ding en daarin een ontwikkeling doormaken. Zulke kunstenaars worden later geciteerd als degenen die toonaangevend waren voor onze tijd. Mijns inziens is Koen Vanmechelen zo'n iemand. Deze in 1965 geboren Belg is zijn hele leven al gefascineerd door kippen. Waarom kippen? Hij beantwoordde deze vraag in een interview als volgt:
Ik was zoals elk kind gefascineerd door een specifieke diersoort, maar mijn fascinatie bleef doordat ik leerde dat je de migratie van de mens in de afgelopen millennia perfect kunt reconstrueren aan de hand van de migratie van kippenrassen. De weg van de kip is de weg van de mens.
In 1998 begon Koen zijn Cosmopolitan Chicken Project, kortweg CCP. Hij werkt hierin samen met wetenschappers van diverse pluimage (sic). Meerdere universiteiten zijn nu dus bezig met onderzoek naar immuniteit van kippenrassen. Doel is het fokken van een 'kosmopolitische kip', die de genen van kippen uit de hele wereld draagt. Wat is daar het gevolg van? Door toenemende migratie en uitwisseling van genetisch materiaal zouden 'de opvallende uitwendige verschillen tussen bevolkingsgroepen progressief verdwijnen'. Het sterkste ras is een hybride ras.
Het werk van de kunstenaar roept vragen op. In onze tijd zijn de thema's globalisering, migratie en identiteit bijna dagelijkse kost. Als je nu de link tussen kip en mens legt, zouden de uiterlijke verschillen tussen mensen op den duur verdwijnen. Of dat zo leuk is, betwijfel ik. Is er een noodzaak voor multiculturaliteit? Vanmechelen zegt hierover dat je je voor evolutie moet durven openstellen. Het krampachtig dichthouden van (lands)grenzen zou funest zijn voor de menselijke soort. In genetisch opzicht lijkt dat overtuigend: immers, het doorfokken van het oerras uit het Himalayagebergte (de Gallus gallus) blijkt tot onvruchtbaarheid te leiden. Ook is bekend dat zo'n doorgefokte soort vatbaarder is voor ziekten.

Van mij mogen sommige haantjes in de politiek wel eens beter op de hoogte zijn van de genoemde wetenschappelijke feiten. Zij kakelen vaak als een kip zonder kop over 'eigen soort eerst', alsof dat zo fijn is voor ons voortbestaan. Je kunt wel roepen: "Wij willen inteelt, wij willen inteelt", maar dat houd je geen generaties lang vol.

Vanmechelen startte dit jaar (2012) zijn Open Universiteit voor Diversiteit (OpUnDi). De (OpUnDi) is bedoeld als overkoepelend geheel voor zijn projecten. Het is ook een denktank en een ontmoetingsplaats voor mensen om te debatteren over de kernthema’s in Koen Vanmechelens werk.

vrijdag 14 september 2012

De wereld vergaat... maar nu nog even niet


We leven 2012. Volgens sommigen zal de wereld nog voor Kerst ophouden te bestaan. Dat zou voorspeld zijn door de Maya’s omdat hun kalender dan stopt. Maar ja, dat is wel een beetje voorbarig, want ik heb ook een kalender en die stopt elk jaar op 31 december, en dan koop ik gewoon een nieuwe.
Ik geloof niet zo in doemdenken. Het is niet mijn ding. Zelfs niet nadat ik de verkiezingsuitslag heb bestudeerd.
Waar ik wel in geloof, dat is de wetenschap. En die voorspelt dat de aarde wellicht - ik zeg wellicht - een enorme verandering zal ondergaan. Niet in 2012, gelukkig, maar pas over 4 miljard jaar. We hebben nog even dus. Wat de NASA-mensen zeker weten is namelijk dat de Melkweg, het sterrenstelsel waar ons zonnestelsel (met de aarde) zich in bevindt, in botsing zal komen met een ander sterrenstelsel, genaamd Andromeda.
De aarde zal evenwel niet direct een enorme klap krijgen; wat wel gebeurt is dat de zon in een andere baan geraakt. Het is dus waarschijnlijk dat het leven op aarde hierdoor zal worden beïnvloed, maar op welke wijze is nog onduidelijk.
De Andromedanevel, zoals dit sterrenstelsel vroeger wel werd genoemd, komt op ons af met een snelheid van ruim 400.000 km per uur. Met die snelheid zou je de maan bereiken in slechts een uurtje. Dat lijkt supersnel, maar gezien de enorme afstand van 2,5 miljoen lichtjaren hoeven we ons dus voorlopig geen zorgen te maken. Dat de twee sterrenstelsels elkaar naderen heeft te maken met de zwaartekracht die door beide stelsels ten opzichte van elkaar wordt uitgeoefend, en met de donkere materie die hen omringt.


De Hubble ruimtetelescoop

De jongste observaties die gedaan zijn door wetenschappers met de Hubble ruimtetelescoop, zijn verwerkt in een computerprogramma die het mogelijk maakt om simulaties te maken. Zo kan men berekenen wat de effecten zouden zijn, indien deze sterrenstelsels in elkaar opgaan. Volgens een toelichting op de resultaten van die bevindingen zou het onwaarschijnlijk zijn dat de planeten in beide stelsels zullen komen te botsen. Daarvoor zouden ze te ver uit elkaar liggen. Ze zullen wel van plaats veranderen, hun banen komen anders te liggen en de aarde zou flink teruggeslingerd worden naar de buitenkant van het sterrenstelsel. Als de aarde daardoor verder van de zon af komt te staan, zullen we wellicht een extra dekentje nodig hebben, tenzij een nieuw zonnetje van de Andromedanevel een tweede kacheltje vormt. Genoeg gefantaseerd. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Het is nog lang geen 4.000.002.012… en da's maar goed ook, want de gedachte dat ik nog minstens zoveel blogs moet schrijven zou me eigenlijk wel benauwen. Tenzij ik zou schrijven met de lichtsnelheid, uiteraard. Ik schrijf het nog een keer: GENOEG GEFANTASEERD. Oké... oké... ik stop al. Maar tegen die tijd hebben we wel robots die mijn werk overnemen!