zondag 4 augustus 2013
Blokverwarming, een blok aan mijn been
Mijn energierekening van afgelopen seizoen was flink hoger. Ik moest zo’n 800 euro bijbetalen. Daar gaat de vakantie. Gelukkig is het deze zomer warm genoeg, zodat ik lekker op vakantie ga in BALKONIË. Tja, toch is het zonde van die 800 euri. Een hoge rekening is niet raar, we hadden tenslotte ook een koude winter, maar… de rekening zou een stuk lager zijn geweest als ik geen blokverwarming had gehad en de bediening van mijn verwarming meer in eigen hand zou hebben gehad. Als huurder ben je aan handen en voeten gebonden wat betreft het verwarmingssysteem.
Helaas woon ik in een huurhuis (onderdeel van kleinschalig appartementengebouw) en heb ik blokverwarming. Bij blokverwarming betaalt iedereen een bepaalde hoeveelheid (in mijn geval 35%) vaste kosten en wordt de rest van de kosten omgeslagen via de warmtemeters. In de woonkamer heb ik twee radiatoren met een behoorlijke capaciteit. Echter, deze kan ik alleen maar regelen via de radiatorknop (ik zet ‘m vaak op stand 3), ’s avonds zet ik ‘m uit, ook ’s winters. De radiatoren worden soms maar voor een deel warm, het achterste deel blijft dan kouder. Er is dus geen optimaal rendement, ook niet als ik regelmatig ontlucht.
Warmte gaat ook verloren, via de leidingen en via het ketelhuis. Omdat de ketel in de kelder van het gebouw staat, in het verre andere deel van het gebouw, zijn er woningen die extra profiteren van de stralingswarmte van het ketelhuis. Zij betalen vrijwel niets (een luttele 40 à 50 euro per maand), terwijl ik vier keer zoveel kwijt ben (ik vermeld er voor de eerlijkheid bij dat ik als een van de weinigen een groter huis heb met twee verdiepingen). Mijn woning is gelegen op het meest windgevoelige deel van het gebouw, en aan één zijde begrensd via een muur van de gevel die ongeïsoleerd is. Ik krijg dus ook te maken met een koudebrug waardoor veel warmte verloren gaat.
Het bouwjaar van mijn woning is 1975 of 1976 als ik het goed heb. Toen werd er nog gebouwd zonder isolatie of thermo beglazing. Inmiddels is er door de huurbaas wel dakisolatie en dubbel glas (helaas geen HR++ glas!) aangebracht, wat het comfort heeft verhoogd. Maar het verwarmingssysteem is ouderwets. Blokverwarming zorgt niet voor een eerlijke verdeling van kosten en voor energieverspilling. Leidingen zijn niet geïsoleerd waardoor er veel warmte verloren gaat. Aan dat warmteverlies betaal je mee via de gasrekening.
Omdat gas gekoppeld is aan de olieprijs, en de olieprijs elk jaar stijgende is, betaal je steeds meer aan verwarmingskosten. Dit is een grote zorg, vooral in de sociale huursector. Hoe moet je als je zo weinig verdient straks je huis verwarmen als de olie steeds maar schaarser wordt en dus duurder?
Een mogelijke deeloplossing zou zijn dat ieder huurhuis zijn eigen energiezuinige ketel krijgt en die megagrote radiatoren uit de jaren zeventig worden vervangen door kleinere, zuinigere. Ik durf te wedden dat Nederland nog vol staat met deze ouderwetse ketels en sterk achterhaalde verwarmingssystemen.
Het heeft zo’n 10 jaar geduurd voor de overheid om tot een Warmtewet (ingaande 1 januari 2014) te komen, die consumenten beschermt tegen te hoge tarieven voor gas, onacceptabele storingen en niet-transparante leveranciers van gas. Volgens de woordvoerder energie van de SP (Socialistische Partij) Paulus Jansen biedt deze nieuwe wet echter onvoldoende bescherming tegen te hoge energierekeningen. Dit feit is een van de redenen waarom hij minister Blok heeft voorgesteld om het Burgerlijk Wetboek zodanig aan te passen, dat verhuurders te allen tijde moeten meewerken aan het doen van rendabele investeringen in energiebesparing.
Helaas heb je als huurder geen vrije keuze als er sprake is van blokverwarming. Blokverwarming is een blok aan het been! Maar misschien brengt minister Blok hier verandering in?
zondag 5 mei 2013
De microkredieten van Máxima

Al jaren zet onze kersverse Koningin zich in voor de zogenaamde microfinanciering. Met maximale inspanningen, neem ik aan. Microfinanciering bedient zich van middelen die beschikbaar worden gesteld vanuit de bancaire wereld ten behoeve mensen die daar bij gewone banken geen toegang toe hebben. Meestal gaat het om microkredieten: relatief kleine startkapitalen en leningen voor een eigen onderneming, bedoeld voor mensen in voornamelijk ontwikkelingslanden.
Een loffelijk streven, dat alom lauweren en applaus verdient. Zo zelfs, dat Muhammad Yunus, een Bengaalse pionier in microkredieten en oprichter van Grameen Bank, hiervoor in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.
Het zou DE oplossing voor de armoede in de wereld kunnen zijn ware het niet, dat investeerders en zelfs reguliere banken met zijn initiatief aan de haal zijn gegaan. Dit had tot gevolg dat in de laatste paar jaar wildgroei ging ontstaan in deze vorm van kredietverlening zonder dat het oorspronkelijke doel waar het om ging, bestrijden van armoede, werd bereikt. Helaas wordt de grootste groep microkredietleners er niet rijker op, en niet zelden zelfs armer.
Hoe komt dat? Dezelfde Yunus verwijt de investeerders en banken in een artikel dat twee jaar geleden in de New York Times verscheen, dat zij zich als geldwolven hebben ontpopt door hoge rentes te vragen waardoor de arme geldleners hun lening niet meer kunnen terugbetalen. Gevolg: sociale onrust, schuldgevoelens, ontwrichting van levens en zelfs nog een stuk erger. Feit: in India pleegden in 2010 maar liefst 50 vrouwen zelfmoord omdat ze niet meer wisten hoe ze hun microkredieten terug moesten betalen. Op de website van mftransparency.org (een organisatie die microfinanciering in kaart brengt)valt te lezen dat veel banken hun rentetarieven veel te hoog hebben gesteld. In sommige landen loopt de rente zelfs tot astronomische getallen op, hoewel de inflatie maar enkele procenten bedraagt. Bij de FINCA-bank in dat land kan je rekenen op een debetrente van 248 procent. Is dat nog zuivere koffie? Het hele idee van Yunus wordt hiermee niet alleen om zeep geholpen, het wekt ook nog eens de vraag wie er achter zulke kredietverstrekking schuilen. Deze maffia-achtige praktijken van kredietverlening doen eerder denken aan georganiseerde misdaad. FINCA is een Amerikaanse kredietverlener, maar in naam een non-profitorganisatie! De organisatie krijgt ook fondsengeld vanuit Nederland: o.a. Oxfam-Novib, SNS Bank en ASN.
Voor Maxima hoop ik dat zij deze problemen van commerciële besmetting op het terrein van microfinanciering kan terugdringen en het oorspronkelijke idee van Yunus, namelijk kleine leningen verstrekken aan mensen die het ook terug kunnen betalen (een principe overigens dat ook in de Westerse wereld geldt)weer onder de aandacht brengt.
Als we microfinanciering en kredietverlening in het algemeen serieus willen nemen, dienen we mijns inziens uit te gaan van een win-winsituatie tussen partners, waarbij vertrouwen het sleutelwoord is.
SMART
SMART, een initiatief van Deutsche Bank, is een organisatie die microkredietleners probeert te beschermen (vnl. via voorlichting). Bij deze organisatie sloten zich meer dan tweeduizend instellingen uit de sector zich aan. De directeur van FINCA zit in het bestuur.
woensdag 17 april 2013
Het kristal van Alderney

In een scheepswrak van een Engels oorlogsschip uit 1592 hebben duikers in het Engels Kanaal een buitengewoon object opgedoken, dat van groot historisch belang is: de legendarische zonnesteen.
Het stuk melkwitte IJslandse calciet, het kristal van Alderney genoemd naar de vindplaats (dichtbij een van de kanaaleilanden), wordt door wetenschappers verondersteld van belang te zijn geweest voor de navigatie op volle zee.
Voordat het kompas werd uitgevonden, moest men bij een bewolkte hemel of bij mist kunnen navigeren en dat was lastig als de zon niet zichtbaar was. De Vikingen en hun opvolgers uit de middeleeuwen gebruikten waarschijnlijk een zonnesteen, waarmee men de positie van de zon toch kon bepalen ondanks het feit dat de zon niet direct zichtbaar was. De steen fungeerde als een soort zonnekompas doordat hij vrij nauwkeurig de richting van de zon kon bepalen. Hij bezat namelijk de natuurlijke eigenschap om het licht te kunnen breken in lichtbundels wanneer je hem in het daglicht hield.
Er bestaat een IJslandse legende over de zonnesteen: de Noorse sage van St. Olaf. Deze 13e-eeuwse legende maakt gewag van de 11e-eeuwse koning Olaf die de zonnesteen gebruikt om de positie van de zon te peilen op een besneeuwde dag. Tot nu toe was er geen bewijs voor dat zo’n zonnesteen ooit had bestaan. Er was nooit een steen aangetroffen in Vikinggraven of gezonken Vikingschepen en was er dus geen hard bewijs die de theorie ondersteunde.
Vikingen stonden bekend als uitstekende navigators op volle zee. Zij deden dat met behulp van de zon, de sterren, de bergen en zelfs door middel van rondtrekkende walvissen. Toch hebben sommigen zich afgevraagd hoe ze in staat waren om de lange stukken open water tussen Groenland, IJsland en Newfoundland te bevaren. Albert Le Floch van de universiteit van Rennes in Frankrijk denkt nu dat het dit stuk calciet is dat hen leidde. Het gebruik kan zijn blijven bestaan tot aan de zestiende eeuw. In die tijd werden op grote schaal magnetische kompassen gebruikt, hoewel ze vaak defect raakten.

De wetenschappelijke wereld blijft evenwel sceptisch aankijken tegen deze vondst van de zonnesteen. De vraag die men stelt is: waarom werden er nooit eerder zonnestenen gevonden? Le Floch verklaart dat doordat dit type calciet erg kwetsbaar is voor zuur, zeezout en warmte. Dit wetende is het extra bijzonder dat de zonnesteen in goede staat is teruggevonden, en dat na een periode van ruim vierhonderd jaar op de bodem van een bremzoute zee te hebben gelegen.
vrijdag 15 februari 2013
Fayoum: naturalistische portretten uit de Egyptische oudheid

William Flinders Petrie (1853-1942) was een Britse archeoloog en egyptoloog die in de negentiende eeuw belangrijke opgravingen deed in Egypte. In de plaats Fayoum was hij de ontdekker van een begraafplaats uit de eerste tot de derde eeuw na Christus, waar hij een grote hoeveelheid sarcofagen aantrof. Deze sarcofagen bevatten soms een in doeken gewikkeld realistisch portret van de overledene (1 of 2% van de gevonden sarcofagen). Uit onderzoek blijkt, dat deze werden geschilderd met een wastechniek, encaustiek genoemd. Daarbij smolt men bijenwas en vermengde deze substantie met o.a. pigmenten en hars.
Deze 1000 jaar oude techniek zorgde ervoor dat de pigmenten goed werden geconserveerd. Hierdoor zijn zij tot op de dag van vandaag nog steeds te bewonderen. De afgebeelde overledenen waren waarschijnlijk niet onbemiddeld en hadden behoord tot de militaire klasse, waren ambtenaren geweest of hadden een religieus ambt bekleed. Hoewel hun kleding de Romeinse mode van die tijd volgde, was hun achtergrond gemixt: zowel Romeinse, Egyptische als Griekse namen komen voor op hun sarcofagen. De meeste Fayoum-portretten laten de overledene zien op jonge leeftijd. Men vermoedde aanvankelijk dat de portretten al werden gemaakt tijdens hun leven en in hun huis neergezet, ongeveer zoals wij foto’s aan de muur hangen. Dit was wel gebruikelijk in de Griekse traditie, maar wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat men de portretten pas schilderde op het moment dat de sarcofaag werd vervaardigd. De relatieve jonge leeftijd kan duiden op de lage levensverwachting uit die tijd. Het kan echter ook een flatteuze weergave zijn van de overledene tijdens zijn of haar leven.

Portret van een vrouw uit de tweede eeuw (Louvre, Parijs)De Fayoum-portretten zijn van een enorme kunsthistorische waarde. Helaas is de verzameling gevonden portretten over de wereld verspreid, zodat een compleet overzicht ontbreekt. Maar het is fascinerend om ze eens naast elkaar te leggen en een kijkje in de Oudheid te nemen.
Op Youtube heb ik een filmpje kunnen vinden, die een aantal van die portretten de revue laat passeren. De bijpassende achtergrondtune is een reconstructie van de (religieuze?) muziek zoals die volgens een Spaanse musicoloog (Rafael Pérez Arroyo) moet hebben geklonken in de Egyptische Oudheid.
In één woord: prachtig!
Labels:
bijenwas,
Egypte,
Egyptische Oudheid,
encaustiek,
Fajoem,
Fayoum,
Petrie,
portretten,
Rafael Pérez Arroyo,
sarcofagen,
wastechniek
donderdag 31 januari 2013
Het nieuwe goud heet walviskots
Wie geluk heeft en een flinke, stinkende grijze steen aan het strand ontdekt, is in een klap van zijn financiële problemen af. Althans, als de grijze steen geen steen blijkt te zijn, maar grijze amber. Liefhebbers betalen er grif geld voor. Waarom? Het is exclusief spul, stinkt en je kunt er van alles mee.
Dit vraagt om een nadere verklaring. Het zit zo. Je hebt bruine amber en grijze amber. Bruine amber kennen we allemaal als barnsteen. Grijze amber of ambergris is minder bekend. Dit is evenals de bruine amber een product dat aan het strand te vinden is, maar is daarentegen van dierlijke oorsprong. Het is een braakbal uit de darmen van een potvis. Potvissen produceren in hun maag namelijk een speciale slijmlaag waarmee ze scherpe voorwerpen, zoals steentjes, schelpen, kalkskeletten, visgraten, enzovoorts onschadelijk maken. Eens in de zoveel tijd braken ze zo’n slijmklont uit. In reactie met het zoute zeewater versteent deze braakbal, die vervolgens soms op het strand aanspoelt. Alles fris en fruitig, maar waarom is deze bijzondere braakbal dan zoveel waard?
Grijze amber is het duurste ingrediënt van de Franse parfumindustrie. Amber stinkt verschrikkelijk, maar dat is niet de reden waarom het zo gewild is. De verklaring: goedkope parfums blijven niet plakken. Ze vervluchtigen binnen korte tijd. Precies. De braakstof is namelijk een fixeermiddel: daardoor blijft het op de huid plakken. En dat niet alleen: de parfumaroma’s klitten samen, een ideale combinatie van twee eigenschappen.
Oude amber ruikt naar muskus (ook van dierlijke oorsprong). Het is een gewilde geur bij parfummakers, reden waarom zij er hoge sommen geld voor bieden. 15 euro per gram is normaal; een gemiddelde klomp ambergris brengt dan al gauw 1500 euro op.
Ten slotte is het aardig om te weten, dat je walviskots ook als gerecht kunt eten. De Britse topkok Heston Blumenthal van The Fat Duck (zie bovenstaande foto) in het dorpje Bray in Berkshire, draait er zijn hand niet voor om. Je kunt amberkots namelijk smelten tot een chocoladeachtig goedje, het zal ongetwijfeld sterk ruiken, maar of het ook zal smaken… alleen al bij de gedachte ga ik al ehhh kotsen.
Labels:
amber,
ambergris,
braakbal,
Bray,
fixeermiddel,
grijze amber,
Heston Blumenthal,
muskus,
parfum,
parfumindustrie,
potvissen,
walviskots
zaterdag 12 januari 2013
De kinetische kunst van Zoro Feigl
De kunst van de jonge kunstenaar Zoro Feigl heeft iets onvoorspelbaars en iets moois tegelijk. Mooi is een vage term, maar als het fascineert, als je er langer dan verwacht naar blijft kijken, dan kun je het toch wel als zodanig bestempelen. Het onvoorspelbare zit 'm in het effect dat ontstaat nadat het kunstwerk gaat bewegen. Meestal mechanisch: via een elektromotor. Het onvoorspelbare element is misschien zelfs wel datgene, waardoor het kunstwerk z'n bekoring krijgt. Het onvoorspelbare ligt dus blijkbaar in het verlengde van de esthetiek.
Feigl:
Mijn werken zijn vaak groot en luidruchtige machines die niks maken. Meestal gaan ze over esthetische bewegingen. Ik houd van natuurkundige principes, maar niet om ermee te rekenen. Ik vogel een beetje uit welke variabelen van invloed zijn en ja, daarbij blaas ik wel eens een motortje op. Dat is niet zo erg: ik doe soms onverwachte ontdekkingen omdat er iets onverwachts gebeurt. En dat vind ik retespannend. Vaak wordt het werk er beter van.Vaak worden in de wetenschap precies op die manier ontdekkingen gedaan: als bij-effect van een experimentele opstelling. Wetenschap en kunst hebben allebei wel iets met dat ongrijpbare principe van de esthetiek.
Wie Feigl is, en welke werken hij recent heeft gefabriceerd, wordt duidelijk in de volgende video waarin hij zelf aan het woord komt.
Verder kun je YouTube filmpjes bekijken op zijn eigen website: ZOROFEIGL.NL
Labels:
esthetica,
esthetiek,
kinetische kunst,
kunst,
kunstwerk,
mechanisch,
onvoorspelbaarheid,
Zoro Feigl
zaterdag 27 oktober 2012
Ballet is niet alleen voor de elite
Gisteren mijn dochter en mijzelf getrakteerd op een balletvoorstelling van het Nationaal Ballet in de Stopera (Muziektheater) in Amsterdam. Ik had kaartjes besteld via internet, nog geen 30 euro p.p. voor een hele avond spektakel van de hoogste orde. Een koopje voor de liefhebber die voor mindere kwaliteit in het buitenland terecht kan voor veel meer geld. Het is bijna ongelooflijk dat je voor deze prijs een compleet orkest met 45 of meer musici krijgt voorgeschoteld, het Holland Symfonia, bovenop het wereldvermaarde balletgezelschap van zo'n 80 dansers. En dan heb ik nog niet alle technici en personeel meegerekend die achter de schermen hun vaardigheden uitoefenen.
Gelukkig zijn deze mensen niet wegbezuinigd, maar ik vraag me terdege af waar het publiek bleef want de zaal was maar voor 60 à 70% gevuld. Een nachtmerrie voor de directie van het theater en de staf, waarschijnlijk. Wat is de oorzaak dan?
Is dans niet populair, soms? Afgaande op de vele dansprogramma's op tv lijkt dat in ieder geval niet de reden. Klassiek ballet, is dat uit de mode? Het is natuurlijk moeilijk vast te stellen of dat het geval is. De een na laatste keer dat ik een balletvoorstelling bezocht, enige jaren geleden, was de voorstelling uitverkocht.
Zou het dan aan de programmering liggen? Het is een mogelijkheid. In de krant kreeg deze voorstelling: Carmen-Paquita-Bolero, 3 sterren uit 5. Geen hoge score. Het is wel een voorstelling bestaande uit 3 delen, wat inhoudt dat misschien een deel van het programma bij sommigen minder interesse zal opwekken.
Anderzijds zal de economische recessie meespelen. We zien dat echter niet in alle kunst- en cultuurevenementen terug. Wellicht dat ballet toch een soort uitgaansevenement is wat toegeschreven wordt aan de elite? TEN ONRECHTE!
Hoe het ook zij, de Spaanse voorstelling (die niet echt 100% Spaans was, overigens) was de moeite dubbel en dwars waard. Mijn dochter heeft er zelfs van genoten, en neem van mij aan, dat wil wat zeggen. Het eerste deel is de wat gedateerde Paquita van Marius Petipa, een introductie van de klassieke dans die je ogen op de kunstige hoogstandjes van de dansers gericht houdt. Dat moet ook wel, vanwege het wat saaie decor, en de dito belichting. Het tweede deel is totaal anders: de Bolero van Ravel is opzwepend, het decor is eenvoudig maar geweldig uitgelicht en de dansers zijn in optima forma, het spat allemaal van de bühne, met een daverend applaus tot gevolg. De derde ronde is weggelegd voor een wat vreemde maar verrassende Carmeninterpretatie. Het begin heeft wat weg van West Side Story, en ik meende zelfs te horen dat het orkest de begintonen hiervan door de noten van de Carmen heen speelde. Dit deel was op het eind misschien iets te lang, maar al met al verdient de voorstelling zeker een dikke 8.
Dat de programmering, de decors, de kleding of de verlichting heeft moeten inboeten vanwege de bezuinigingen is te begrijpen, aan de dansers is van schraalheid niets te zien, integendeel: zij schitterden als sterren. Nou ja, het viel wel op dat sommige danseressen wel errug mager waren (je kon de botten zien zitten), dus misschien krijgen ze wel minder salaris... Alle gekheid op een stokje: ga alsjeblieft deze voorstelling nog zien en zorg dat de zaal goed vol zit. (Tip: Als dat niet het geval blijkt, koop dan een goedkoop kaartje en wissel van plek.)
Abonneren op:
Posts (Atom)




