Je kent dat wel: moe van het werk, geen zin om nog alleen voor jezelf in de keuken te gaan staan en op weg naar huis een eettentje tegenkomen. Dat gebeurde mij ook: we hebben namelijk een nieuwe Surinaamse afhaaltoko in mijn woonomgeving. Behalve dat ik een nieuwsgierige aard heb, ben ik ook verzot op Surinaams eten. Dat is namelijk een keuken die deels stoelt op de Indiase, Afrikaanse, Hollandse en Indonesisch of Chinese kookkunst van hun immigranten. Een beter mix kan je je niet voorstellen. De nieuwe tent bestaat uit een wat onopvallende plek in de straat. Binnengekomen wordt ik begroet door een jongeman van duidelijk Surinaamse afkomst en twee andere jongens uit de keuken, die net met hun hoofden boven de witbetegelde toog uittorenen. Ik besluit na het menu bestudeerd te hebben te gaan voor de roti. Dat is een traditioneel gerecht bestaande uit een deegpannekoekje met aardappel, snijbonen (of de echte Surinaamse kouseband, die wat taaier is), ei en kip met kerrie. Soms zijn er ook nog linzen aan toegevoegd of andere ingrediënten.
Ik vraag de jongeman of deze nieuwe tent een beetje draait. Zijn glazige blik zegt veel. Een beetje droevig zegt hij: "Nou we zitten hier pas, dus het loopt nog geen storm." Om hem te bemoedigen zeg ik: "Nou, als het lekker is wat je levert, kom ik beslist terug." Verder prijst hij zichzelf door te zeggen dat het hier erg goedkoop is, en antwoord ik hem, dat de mensen hier vooral op kwaliteit letten. Oeps. Het klonk bijna alsof ik hem een advies wilde geven om zijn strategie bij te stellen. Hetgeen op dat moment althans niet de insteek was. De jongeman vult een piepschuim bakje met de ingrediënten en doet alles in de magnetron om het op te warmen. Daarna vertek ik, nadat ik zeven euro betaald heb en hij nog roept: "en wel terugkomen hè?"
Eenmaal thuis keert de goede tijding. Ik neem de schuimplastic warmhouddoos uit de plastic tas en floeps, de vette gele kerriesaus uit de doos spuit over de eettafel op mijn administratie. $%&*^%%$#!!!! Nadat ik de schade enigszins heb kunnen herstellen, begin ik te eten van het - naar blijkt - zeer karige portie. Het pannenkoekje is zo taai als leer, de aardappeltjes en boontjes blijken veranderd in een soort halflauwe geprakte hutspotpuree, net genoeg voor op een toastje, en de kip... Waar is de kip? Er liggen twee botten in de doos. Heb ik soms iets gemist, heeft mijn vriend de Surinaamse tokoman mijn vlees soms stiekem op zitten peuzelen terwijl ik even niet keek? Of dacht hij: "die arrogante hond met zijn verholen kritiek zal ik eens een lesje leren! Honden vangen bot van mij!"
Leermoment van die dag: geef nooit verholen kritiek, maar probeer tijdens de aankoop alvast te bewerkstelligen dat je portie groot genoeg is, en degelijk opgewarmd is(4 minuten, geen seconde minder) én kijk of je geen bot vangt.
Ik koester geen wrok, nee, dat gaat te ver. Ik was zelf zo stom om zeven euro neer te tellen voor een hondenportie lauwe en taaie troep.
Maar ik denk wel, dat deze tragische toko met zijn rottige rotti niet erg lang kan bestaan. Het is tenslotte wel een mediastad, waar de bloggers op de loer liggen. Ik wens de tokojongens desondanks veel succes en beterschap toe (poti takru mofo).
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
dinsdag 15 mei 2012
zondag 22 november 2009
Cubaanse wonderdokters

De afgelopen week stond er een berichtje in de krant van de zoveelste stunt van de Cubaanse regering op het gebied van de geneeskunst. “Cuba geeft gratis penisimplantaten weg” luidde de kop. Een mooi bericht voor de vanouds viriele Cubaanse mannen wier penis niet meer gehoorzaamt naar de wil van het baasje. Ene dokter Yip biedt deze mogelijkheid aan voor patiënten die normaliter geholpen zouden moeten worden in excessief dure Westerse klinieken. Gezondheidszorg is gratis voor Cubanen.

Ja, dat is wel wat anders: mijn Cubaanse vrouw was verontwaardigd toen ze hier te lande naar de tandarts geweest was en de rekening onder ogen kreeg. Hoe kunnen ze zo’n bedrag vragen voor zo weinig werk? Het verschil in ons systeem en dat van Cuba zet je wel aan het denken. Kan de gezondheidszorg bij ons inderdaad goedkoper? Ja, dat kan. Mits we de salarissen van artsen en specialisten, medicijnen en specialistische apparatuur maar betaalbaar maken. Zoals het in Cuba gaat, zo zal het bij ons echter nooit worden. De artsen daar krijgen een iets bovengemiddeld salaris, zo’n 25 euro per maand omgerekend, en verder krijgen ze vaak de beschikking over een computer en internetverbinding – een bijzonderheid in Cuba. Een auto om ergens te komen is er voor de meeste huisartsen echter niet bij. Reguliere medicijnen worden er tegen afbraakprijzen gemaakt in laboratoria. Echter, heb je een aspirientje tegen hoofdpijn nodig? Dat is alleen verkrijgbaar in harde valuta of via de dokter. Specialistische apparatuur wordt mondjesmaat geleverd door Westerse bedrijven, en alleen tegen harde valuta. Daarom heeft men de toeristen zo hard nodig, want waar moeten ze dat van betalen als de gezondheidszorg er gratis is?
{ Een weetje: In 2005 had Cuba 627 artsen and 94 tandartsen per 100.000 inwoners. Ter vergelijking: de VS had dat jaar slechts 225 artsen and 54 tandartsen per 100.000 inwoners! }
Net als in de Westerse wereld is er momenteel een tekort aan specialisten in Cuba. Niet omdat er teweinig artsen zijn opgeleid, maar gewoon omdat er (te)veel in het buitenland werken. Zij zijn daar, veelal op uitleenbasis in een uitwisselingsprogramma. Geen gewone uitwisseling, maar tegen een tegenwaarde in goederen. Ruilhandel dus. Bij de uitwisseling met Venezuela worden de artsen ‘geruild’ tegen een bepaalde waarde in olie en andere goederen en diensten, vooral met betrekking tot de olieverwerkende industrie die in Cuba bezig is te worden vernieuwd. Er zijn ook veel artsen in andere delen van de wereld, in Zuid-Amerika en Afrika, en zelfs in Europa, met name Spanje. Of zij daar asiel hebben aangevraagd of in een uitwisselingsprogramma zijn, of gewoon als Cubaanse arts werken op eigen initiatief, is mij onbekend. Alleen al op de Canarische eilanden zijn honderden Cubaanse artsen werkzaam. N.B.: Artsen die asiel aanvragen in het buitenland kunnen niet terugkeren naar hun vaderland. Zij worden als ongewenst burger, ‘verrader van het systeem’ beschouwd.
Het is duidelijk dat zelfs als ze in de allerarmste streken werken onder erbarmelijke omstandigheden, ze nog altijd meer verdienen dan in hun thuisland en daarom in staat zijn om zaken aan te schaffen die voor anderen onbereikbaar zijn, zoals koelkasten, stereo-installaties en tv’s, meubels, wasmachines, noem maar op.

De Cubaanse artsen zijn vaak zeer populair in het buitenland, en worden met open armen ontvangen. Niet voor niets: de opleiding die ze in hun eigen land genieten is zeer goed, ze zijn dus bekwaam en daardoor doen ze zeer goed werk, vaak onder de meest moeilijke omstandigheden en in streken waar andere artsen hun neus voor ophalen, werken hard en zijn betrouwbaar. Ze zijn wat hun levensomstandigheden weinig veeleisend en kunnen zich prima aanpassen aan het klimaat. Het enige waar ze moeite mee hebben is de heimwee.
Een van de meest spectaculaire acties is ‘Operación Milagro’(Operatie Wonder), een socialistische samenwerking op het gebied van medische ontwikkelingshulp tussen de landen Venezuela en Cuba. Hierbij worden Cubaanse artsen ingezet om medische (oogheelkundige) hulp te geven in streken waar normaliter moeilijk medische hulp te krijgen is en waar er een schreeuwend tekort aan artsen is. In Suriname bijvoorbeeld zijn sinds de oprichting van de organisatie in 2005 al duizenden oogpatiënten geopereerd en bijna 25.000 patiënten onderzocht. In totaal zijn – dit zijn echt ongelooflijke cijfers – twee miljoen patiënten in 35 landen geholpen. De vraag is: wat is belangrijker, een dure Westerse medische opleiding en gezondheidszorg of een beetje meer solidariteit en het helpen van grote delen van de arme wereldbevolking? Wat het antwoord ook is: petje af voor deze Cubaanse ‘Wonder’-dokters.
Abonneren op:
Posts (Atom)


