dinsdag 27 januari 2015

Robby Robot

'Robby Robot op Ruimtereis' heet mijn nieuwe boek. Ik ben er bijzonder trots op! Het is een voorleesboekje voor kleuters over een ondeugend robotje dat van huis (de aarde) wegvliegt in zijn raketje en op de maan belandt. Het verhaaltje gaat in wezen over een kleuter die de wereld verkent en door zijn ongeruste mama gezocht wordt, dan spijt krijgt maar gelukkig gered wordt en ondanks zijn stoute gedrag liefdevol wordt opgevangen. Een bekend thema, verpakt in een nieuw jasje. Robotjes staan in de belangstelling, maar dat wist ik nog niet toen ik de rijmpjes schreef. Ik leek me gewoon leuk om een robot een ziel te geven, en te spelen met de ruimtevaart, de betoverende maan en wereld van de robots op aarde. Ruth Van Wichelen, de illustrator van het boek, benaderde mij voor heel iets anders. Ik was echter onder de indruk van haar stijl en zodoende maakte ik een afspraak met haar. Ze had er oren naar om de rijmpjes artistiek te verbeelden en samen bedachten we op een regenachtige dag in Antwerpen hoe het boek eruit zou moeten zien. Het formaat was het belangrijkste nieuwe element: dit moest het boek anders dan anders maken, samen met de geschilderde illustraties.
Omdat ik zelf de maker en auteur van het boek ben, zal ik niet al te pedant schrijven over hoe mooi en prachtig het boek wel niet is.
Één ding wil ik wel kwijt: Ruth Van Wichelen bezit een uniek en bijzonder talent voor het illustreren van kinderboeken. Hoewel 'Robby Robot op Ruimtereis' haar debuut is, en ik niet weet of er nog een vervolg komt, ben ik er zeker van dat voor haar een glansrijke carrière is weggelegd als zij fulltime illustrator zou worden. Het is wel zeker dat we nog meer van haar zullen zien.

Uitgever: Uitgeverij BLOP
Schrijver: Reynier Molenaar
Illustrator: Ruth Van Wichelen
Afmetingen: 13x499x207 mm
Gewicht: 843 gram
Geschikt voor: 3 - 6 jaar
Druk 1
ISBN10 9081812130
ISBN13 9789081812139
Prijs: 19,95
HARDCOVER

Voorbeeld recensie
: Kiddowz

zondag 4 januari 2015

Domme pech: toeval bestaat niet



Een recente publicatie in het tijdschrift Science was wereldnieuws: kanker is domme pech: onderzoekers vonden dat de kans op deze vreselijk dodelijke ziekte fors toeneemt naarmate stamcellen zich vaker delen. Er is gekeken naar hoeveel stamceldelingen gedurende het leven in bepaalde typen leven voorkomen en hoe vaak in die weefsels kanker optreedt. Een onderzoeksteam van de Amerikaanse John Hopkins University onderzocht 31 verschillende kankertypen. Wat bleek? Maar liefst 22 daarvan, waaronder leukemie, hersen-, teelbal- eierstokkanker, kunnen worden verklaard door willekeurige DNA-mutaties tijdens een normale celdeling. Deze gevallen van kanker zijn volgens de onderzoekers dus simpelweg het gevolg van 'domme pech'.

Afgezien van het feit dat er nogal wat af te dingen is aan dit onderzoek (*Bart Kiemeney, hoogleraar Kankerepidemiologie aan de Radboud UMC te Nijmegen heeft zijn twijfels aangezien de testpopulatie puur Amerikaans is, terwijl Amerikanen bijvoorbeeld gemiddeld ongezonder eten maar minder roken en blootstaan aan zon dan Europeanen/Nederlanders)is het de vraag of er zoiets wel bestaat als 'domme pech'.

Een filosofische vraag, want iedereen kent uit zijn eigen leven wel een of andere situatie die we zelf graag met 'domme pech' zullen betitelen. Een lekke band 'in the middle of nowhere', het te laat komen bij een kaartverkoop van The Rolling Stones, of een plotselinge kiespijn voor een belangrijke dag. Domme pech, ja. Maar is die domme pech automatisch toeval? Wat is pech? Is pech zonder oorzaak? Moet je accepteren dat iets 'geen oorzaak' heeft? Je kunt accepteren dat je zo dom was om die band van je auto niet nagekeken te hebben, je niet eerder naar het verkooploket bent gerend, of niet op tijd naar de tandarts bent geweest. Dat zijn dus in werkelijkheid 'vermijdbare' pechgevallen, waarbij de oorzaak duidelijk is. De vraag is: zijn er dan ook onvermijdelijke pechgevallen? Zijn er ook pechgevallen 'zonder oorzaak'? In een wereldbeeld waarbij alles een oorzaak heeft is dat per definitie ondenkbaar. We gaan altijd op zoek, soms door middel van ongelooflijk fijnmazig wetenschappelijk onderzoek, naar oorzaken. Dat doen we om te begrijpen hoe een proces in elkaar zit en daarmee eventuele gevolgen in het vervolg c.q. de toekomst te kunnen vermijden.

Nemen we het genoemde Amerikaanse onderzoek naar kanker, dan suggereert het artikel in Science dat er toevallige fouten bestaan in de stamceldelingen, en dat bij toename van die stamceldelingen meer 'fouten' ontstaan, en aldus kanker (celwildgroei) veroorzaken. Ook prof. Kiemeney heeft zijn twijfels: "Er zullen vast meer zwakke oorzaken zijn, dan we kunnen vinden. Wie zegt mij dat de aardappelen die ik tien jaar geleden heb gegeten geen kanker kunnen veroorzaken? Zoiets is heel moeilijk, zo niet onmogelijk te achterhalen." (interview in Trouw, zaterdag 3 januari 2015)
Inderdaad, Kiemeney zegt in wezen dat ook al is iets moeilijk, of (in de huidige tijd) onmogelijk te achterhalen, er altijd een reden KAN zijn waarom cellen plotseling kunnen gaan woekeren.

"De kans op kanker"
In 2012 werd in Nederland ruim 101.200 keer de diagnose 'kanker' gesteld. Bijna 44.000 mensen stierven dat jaar aan de gevolgen van kanker.
De kans om kanker te krijgen is voor zowel mannen als vrouwen onder de 50 kleiner dan 10%. Daarna loopt het op, tot 15% voor vrouwen en 25% voor mannen van 80 jaar. Een op de vijf mannelijke kankerpatiënten heeft prostaatkanker. Bij vrouwen komt borstkanker het vaakst voor (30%). (naar: Trouw, 3-1-15)


Pech? Als je 100% gezond geleefd had, had je misschien geen kanker gehad. Hoe weet je dat je 100% gezond leeft? Het ontbreken van voldoende wetenschappelijke kennis over hoe je 100% gezond kan leven is er niet en die ene hete aardappel uit het Zeeuwse Borssele die over 30 jaar kanker kan veroorzaken, daarvan ben je je niet bewust. Om te zeggen dat sommige kankers 'domme pech' zijn gaat te ver: het is nooit uit te sluiten dat iets wel een oorzaak heeft. Het is ook arrogant om dat te veronderstellen en wetenschappelijk onverantwoord. We weten iets nu niet, kunnen het niet achterhalen maar dat betekent niet dat we dat in de toekomst niet kunnen. We konden 100 jaar geleden ook gissen naar de oorzaken van bepaalde ziekten, natuurverschijnselen, chemische of natuurkundige fenomenen, terwijl een hoop van die toenmalige raadsels inmiddels deels of geheel zijn opgelost. Voortschrijdend inzicht heet zoiets.

Toeval? Toeval is een rariteit waar iedereen door gefascineerd is. Toeval is een bijzondere samenloop van omstandigheden. Maar aangezien alles een oorzaak zal hebben, ook al is die oorzaak niet direct aanwijsbaar is toeval per definitie niet meer dan een eyecatcher. In feite is het een begrip waar de wetenschap niets mee kan. Een bijzondere benaming voor iets wat we gerust kunnen vergeten, als we rationeel en wetenschappelijk willen blijven denken. Er is geen toeval of pech. Er is namelijk altijd een oorzaak van dingen. En ook al weten we die nu nog niet, er komt misschien wel een tijd dat die aan het licht zal komen. Uit ongeduld genoegen nemen met de term 'toeval' is wel leuk, maar niet voor een wetenschappelijk hoog aangeschreven tijdschrift als 'Science'.

zaterdag 19 april 2014

FILOSOFIE VOOR PUBERS


Kinderen in de puberteit zijn nieuwsgierig. Ze willen weten wie ze zijn en wat de wereld hen te bieden heeft. Hun hersenen draaien overuren. Volwassenen die met deze adolescenten te maken hebben, ondervinden daarom vaak problemen met hen. Hun gedrag laat te wensen over vanwege de (soms erg zorgwekkende) keuzes die ze maken. Dat heeft met dat 'ontdekken' te maken. De 'nieuwe' wereld van hun generatiegenoten lijkt ineens belangrijker dan wat ze door de strot geduwd wordt vanuit de 'saaie oubollige' maatschappij en het ouderlijk gezag. Maar vlak ze niet uit, die jonge denkertjes. Ze zijn snel van begrip. Adolescenten zijn vaak vele malen creatiever, idealistischer en vindingrijker dan volwassenen. Ze hebben alleen andere prioriteiten dan hun ouders.

Filosofie geeft niet direct antwoorden op hun vragen, maar biedt hen wel een instrument om met onderzoekende blik een rustig, evenwichtig beeld te scheppen van de wereld om hen heen. Het is niet erg als je jezelf vragen stelt en zelfs niet als je maar eindeloos blijft twijfelen. Dat doen zelfs de grootste filosofen. Sterker nog, het is hun vuistregel, hun plicht!

In de afgelopen paar jaren schreef ik een boek over de beginselen van de filosofie voor deze doelgroep van adolescenten: "HET DIKKE DENKBOEK." Wat hield deze ambitieuze onderneming in? In plaats van al te moeilijke termen en begrippen te gebruiken, leek het mij zinvoller om vragen te onderzoeken die ook bij jongeren (zouden kunnen) leven.Het moest, vond ik, een boek worden om deze jongeren te prikkelen tot kritisch denken en het aangaan van dialogen. Op een onderhoudende manier, met humor en leuke anekdotes en af en toe een casus. Dat bleek geen eenvoudige opgave, maar het was wel superleuk of beter gezegd 'vet' om daarmee bezig te zijn. Eindelijk is het nu zover. Het boek is deze week (rond Pasen 2014) uitgekomen en reeds volop in de picture. Men tweet en retweet, deelt facebook-pagina's en stuurt mailtjes met felicitaties. Nu moet ook de verkoop nog goed gaan, dan komt mijn droom helemaal uit.

Filosofie heeft in Nederland een enorme belangstelling gekregen de laatste jaren en dat is ook in het buitenland opgevallen: nergens wordt zoveel gefilosofeerd als in ons land. Op middelbare scholen is het inmiddels bijna gemeengoed en er verschijnen wekelijks nieuwe titels van hedendaagse filosofen in ons taalgebied. De vraag is: hebben we hier nu wat aan, of is het niet meer dan een modeverschijnsel? Volgens mij ligt de zin van filosofieonderwijs vooral in het feit dat al op een jonge leeftijd kennis wordt bijgebracht om goed te lezen, goed na te denken en wetenschappelijk te werk te gaan. Daarmee hebben de filosofieleerlingen een streepje voor in het vervolgonderwijs en in de veeleisende maatschappij waar beslissingen moeten worden afgewogen op rationele gronden en op een wetenschappelijke manier. Maar liefst 85% van de afgestudeerde filosofiestudenten heeft binnen 1,5 jaar een baan. In deze tijd is dat niet niks: het is in ieder geval een bewijs dat filosofie als vak ten volle wordt gewaardeerd in onze maatschappij. Gelukkig maar.

Voor de kinderen zelf en voor hun verdere leven, ook al gaan ze geen filosofie studeren, is het handig om goede definities paraat te hebben van wat vrijheid nu eigenlijk inhoudt, of welke zaken meespelen in de ethiek van bijvoorbeeld het strafrecht of bij milieukwesties of in de medische zorg. Noem maar op, overal komen we dilemma's en moeilijke kwesties tegen. De maatschappij die steeds meer ruimte biedt aan het individu, zadelt hem of haar daardoor op met belangrijke kwesties waar hij of zij over na moet denken. Overheid of andere autoriteiten zoals scholen lijken hun gezag in opvoeding en guidance te zijn verloren. We moeten het voortaan zelf allemaal uitzoeken.

"Het Dikke Denkboek" kan een eerste aanzet zijn om kinderen te interesseren en enthousiast te maken voor filosofie. Dat hoop ik met hoofd en hart: er wordt tegenwoordig mede dankzij de nieuwe media zoals YouTube en vele forums erg veel onzin verkondigd. Van complottheorieën ('9-11 was opgezet door de CIA') tot ontkennende beweringen over de Holocaust, over geloofskwesties ('varkensvlees is aantoonbaar slecht voor je gezondheid') en kwakzalverij, bijgeloof, enzovoorts. Jonge mensen zijn erg beïnvloedbaar en zouden deze zaken voor lief kunnen nemen terwijl het vrij eenvoudig is om aan te tonen dat redeneringen niet kunnen kloppen en/of verifieerbaar zijn, als we maar weten welke vragen we moeten stellen en aan welke voorwaarden wetenschap en kennis moeten voldoen.

Laatst sprak ik iemand die tegen mij zei: 'Ja, het is wel leuk wat je daar vertelt, maar die wetenschap van jou kan het ook mis hebben.' Ik heb deze persoon nu mijn boek gegeven en verteld, dat als hij het helemaal uitgelezen heeft, we het er nog een keer opnieuw over zullen hebben. Misschien een beetje arrogant van me om niet uit te leggen wat de definitie van wetenschap precies is, maar ja, ik was een beetje moe van het vechten tegen de bierkaai.
Filosofie zal heus niet bij iedereen aanslaan. Het is een discipline die je moet liggen en waar je geduld voor moet hebben (zei hij, die zijn geduld had verloren). Bij het beoefenen van filosofie moet je je niet te gauw tevreden stellen met een antwoord, want juist dat is de gruwel van elke serieuze filosoof.
Voor alle duidelijkheid: ik ben geen filosoof maar een schrijver en redacteur van (o.a.) kinderboeken. Ik onderken wel de waarde van filosofieonderwijs en hoop mijn steentje op dat vlak te hebben bijgedragen. Het manuscript is bewerkt en geredigeerd door drs. Norma Montulet (filosofiestudie aan de Universiteit Nijmegen) en Fabien van der Ham, een kinderboekenschrijfster die veel op scholen werkt en die voor haar originele ideeën om met kinderen te filosoferen in 2012 de Berrie Heesenprijs ontving. Het Dikke Denkboek is te koop via boekhandel of op internet via bijvoorbeeld Libris.nl of Bol.com, Ako.nl en kost € 16,95. ISBN: 978-90-818121-2-2 De tekeningen uit het boek zijn van Sieger Zuidersma.

Er is ook een website van het Dikke Denkboek: www.hetdikkedenkboek.nl

Ik ben beschikbaar voor vragen via de mailbox van de uitgeverij: info@uitgeverijblop.nl

Naschrift van mij (januari 2015): Het boek is een rage geworden, lijkt het. Een bewijs dat (flauwe) humor en (serieuze) filosofie heus wel goed samengaan!

dinsdag 15 april 2014

De parabel van het paradijs

[op houten paneel geschilderd door Lucas Granach de Oudere (plm. 1513/1515)]

De Hof van Eden was volgens de Bijbel de perfecte en prachtige plaats waar de eerste mensen, Adam en Eva verkeerden.
Volgens het Bijbelboek Genesis, het tweede hoofdstuk, lag de hof in Eden, in het oosten. In de hof ontsprong een rivier die zich in vieren splitste, in de Pison, de Gichon, de Tigris en de Eufraat.
De referentie in de Bijbel is vrij concreet: de Tigris en Eufraat bestaan nog steeds en de stroomgebieden van deze rivieren bevinden zich tegenwoordig in Irak, Syrië en Turkije. Nu denk je bij dat gebied niet snel aan de paradijselijke begintijden van Adam en Eva. Een kleitablet in spijkerschrift dat werd gevonden in de stad Nippoer, de religieuze hoofdstad van het Soemerische rijk, verhaalt van een mythe waarin een paradijselijke land bestond waar ziekte noch dood voorkwam.
In deze mythe is ook sprake van een ‘rib’ van de watergod Enki, die beschadigd raakt maar waaruit de moedergodin van de aarde Ninhursag een godin liet voortkomen (naast nog zeven andere lichaamsdelen) om hem te genezen.
De godin die uit deze rib voortkwam heette Ninti, een naam die zich laat vertalen als ‘de dame van de rib’ maar ook als ‘de dame die leven maakt’. Deze dubbele betekenis is alleen in het Soemerisch geldig. In de taal van de Bijbel werkt zij niet. Maar als we de naam Eva vertalen, wordt de vertaling wel weer logisch, want die naam betekent eveneens ‘zij die leven maakt’. En zo is ook verklaarbaar waarom de tamelijk vreemde passage waarin Eva uit de rib van Adam geboren is, in het Bijbelverhaal is opgenomen.
Uit de Statenvertaling van de Bijbel:
[21] Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.
[22] En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.
Dat er nog steeds mensen zijn die deze verhalen uit de Bijbel, die door vroegmiddeleeuwse geleerden en schrijvers/vertalers samengesteld zijn uit oude mythen uit het Nabije Oosten, letterlijk nemen, en deze zelfs als enige waarheid boven elke wetenschappelijke grondslag verheven achten, is voor mij een compleet raadsel. De Bijbel is een literair werk dat niet geschreven is om de teksten letterlijk te nemen. Ze staan immers vol met parabels en verwijzingen en niet met geschiedkundige feiten. Om het nog maar niet te hebben over onnauwkeurigheden in aantallen jaren, of vrije interpretaties c.q. onzorgvuldigheden van deze vroege Bijbelvertalers.
Het is uitermate interessant om de Bijbel te bestuderen en parallellen te zien met de eeuwenoude verhalen zoals het Gilgamesj epos of de Egyptische mythe van Isis en Osiris, of die met de werken van Griekse filosofen. Dat zegt wat over de rijkdom van de Bijbel en het zoeken naar wijsheid van deze vroege literatoren.
In het kleitablet van Nippoer komen trouwens ook de namen Eden en Adam voor. Adam betekent in het Soemerisch zoiets als ‘nederzetting op de vlakte’ terwijl Eden verwijst naar ‘ongecultiveerde vlakte.’

woensdag 6 november 2013

Rara, welk dier is dat?



Dit jaar (2013) is het jaar van het voorlezen. In november 2013 verscheen het bovenstaande kinderboek: 'Rara, welk dier is dat?' bij uitgeverij BLOP uit Hilversum. Het is een grappig en mooi uitgegeven voorleesboekje voor kinderen vanaf 3 jaar. De kleurrijke en cartooneske illustraties zijn van de hand van Maarten Wolterink. Het concept is dat kinderen aan de hand van versjes en plaatjes moeten raden welk dier er bedoeld wordt. De versjes zijn geschreven door Reynier Molenaar en bewerkt door Sylvia Vanden Heede, de schrijfster van dierenverhalen zoals Vos en Haas (o.a. bekroond met de Zilveren Griffel), Hond, Wolf en Kat, Hond bijt Wolf , en Koek Koek Vos en Haas.
Kinderen houden ervan om te raden. Ook vinden ze rijmpjes leuk, ze maken er zelf ook soms nog woorden bij die hetzelfde klinken. Ze bekijken de plaatjes en willen onthouden welk dier waar bijhoort. Als het verhaal uit is, vinden ze het vaak heerlijk als je het verhaal nog een keer voorleest. En nog een keer… en nog een keer. Het is een groot feest der herkenning. Eigenlijk zijn dit soort boekjes het leukst: samen lezen en praten over wat je ziet. Dieren lenen zich ook prima voor imitaties: het gegrom, gesis, geblaf doen ze maar al te graag na.
Een onderwijzeres vertelde me dat dit boekje ideaal was om in de klas te gebruiken als voorleesboek. Ik geloof het graag. De plaatjes en versjes hebben soms een lichte absurditeit, waardoor het op je lachspieren werkt, hoewel ze voor ons volwassenen logisch zijn:

bij de aap:

Ik ben handig met mijn voeten
en slinger vaardig met mijn staart
Ik heb niet jouw mooie sproeten
en ben niet zo schaars behaard

en de olifant:

Ik ben een reus met grote oren
In plaats van reuzenhanden
heb ik een lange slurf van voren
en twee lange kromme tanden




Voor wie kleine kinderen heeft, is dit een aanrader en als cadeau een gegarandeerd succes. De prijs is heel netjes voor een gebonden boek van 80 pagina's: € 16,95. Het is online te bestellen via Ako, Polare, Bruna of Bol.com of via de reguliere boekhandel. ISBN: 9789081812115.

Recensies op internet: Op schrijverspunt.nl

of op: boekenbijlage.nl


Maar er staan soms ook commentaren van lezers bij de zoekpagina van internetboekhandels zoals Bruna.nl of Bol.com


Website: www.uitgeverijblop.nl (klik door naar Productenlijst)

zondag 15 september 2013

Alles op de fiets


Het tijdperk van de auto is voorbij. De toekomst is bepaald voor de fiets. Met een snelheid van 133,78 km per uur heb je geen motor meer nodig. Dat wil zeggen: je eigen spieren zijn voldoende. Een beetje goed eten van tevoren en een glaasje melk misschien. Sebastiaan Bowier van het Human Power Team Delft/Amsterdam heeft het bewezen: je kunt ook op pure spierkracht zo snel vooruit komen. Hij verbrak in ieder geval het wereldrecord snelfietsen en is daarmee de snelste fietser op aarde, waardig genoeg om vermeld te worden in het Guinness Book of World Records.
Het record werd bereikt op een kaarsrechte, verlaten weg in de woestijn van Nevada in de VS.
Zijn fiets, die door een team studenten van de Technische Universiteit Delft (Lucht- en Ruimtevaarttechniek) en de Vrije Universiteit Amsterdam (Bewegingswetenschappen) is ontwikkeld, ziet er een beetje raar uit. Qua vorm een beetje als een mangopit eigenlijk, lang en smal en (in tegenstelling tot een mangopit) bijzonder aerodynamisch. En met de reclame van PostNL op de voorkant van de VeloX3, want zo heet die mangopit, krijg je allerlei fantasieën over de toekomstige postbezorging.



"Vergeleken met een normale fietser heeft ons ontwerp maar één tiende van de weerstand. Ook is er gebruik gemaakt van een speciale coating van Akzo Nobel uit de Formule 1 wereld die de VeloX3 een extreem lage luchtweerstand geeft”, verklaart Wouter Lion, de teamleider van het Human Power Team.

Dat de wetenschap een duidelijke meerwaarde heeft op het gebied van sport, blijkt wel uit de computersimulaties, die onontbeerlijk bleken voor het uiteindelijke resultaat: ze lieten zien hoe hard de recordfiets bij een bepaald geleverd vermogen zou moeten gaan.

“Uit de meetresultaten van de recordpogingen eerder deze week bleek er een groot probleem te zijn met de fiets waardoor er geen hoge snelheid behaald kon worden”, vertelt Wouter Lion. De computersimulaties gaven aan dat er veel sneller gefietst had moeten worden, na een grondige analyse van de data bleek het probleem in de aerodynamica te zitten. “Tijdens het trappen in de VeloX3 blijkt de aerodynamische fiets te vervormen door de geleverde kracht”, vertelt Lion. De studenten wisten gelukkig een slimme oplossing te verzinnen waardoor gisteren uiteindelijk het probleem verholpen kon worden. Zie hier het verbluffende resultaat:

zondag 4 augustus 2013

Blokverwarming, een blok aan mijn been


Mijn energierekening van afgelopen seizoen was flink hoger. Ik moest zo’n 800 euro bijbetalen. Daar gaat de vakantie. Gelukkig is het deze zomer warm genoeg, zodat ik lekker op vakantie ga in BALKONIË. Tja, toch is het zonde van die 800 euri. Een hoge rekening is niet raar, we hadden tenslotte ook een koude winter, maar… de rekening zou een stuk lager zijn geweest als ik geen blokverwarming had gehad en de bediening van mijn verwarming meer in eigen hand zou hebben gehad. Als huurder ben je aan handen en voeten gebonden wat betreft het verwarmingssysteem.
Helaas woon ik in een huurhuis (onderdeel van kleinschalig appartementengebouw) en heb ik blokverwarming. Bij blokverwarming betaalt iedereen een bepaalde hoeveelheid (in mijn geval 35%) vaste kosten en wordt de rest van de kosten omgeslagen via de warmtemeters. In de woonkamer heb ik twee radiatoren met een behoorlijke capaciteit. Echter, deze kan ik alleen maar regelen via de radiatorknop (ik zet ‘m vaak op stand 3), ’s avonds zet ik ‘m uit, ook ’s winters. De radiatoren worden soms maar voor een deel warm, het achterste deel blijft dan kouder. Er is dus geen optimaal rendement, ook niet als ik regelmatig ontlucht.
Warmte gaat ook verloren, via de leidingen en via het ketelhuis. Omdat de ketel in de kelder van het gebouw staat, in het verre andere deel van het gebouw, zijn er woningen die extra profiteren van de stralingswarmte van het ketelhuis. Zij betalen vrijwel niets (een luttele 40 à 50 euro per maand), terwijl ik vier keer zoveel kwijt ben (ik vermeld er voor de eerlijkheid bij dat ik als een van de weinigen een groter huis heb met twee verdiepingen). Mijn woning is gelegen op het meest windgevoelige deel van het gebouw, en aan één zijde begrensd via een muur van de gevel die ongeïsoleerd is. Ik krijg dus ook te maken met een koudebrug waardoor veel warmte verloren gaat.
Het bouwjaar van mijn woning is 1975 of 1976 als ik het goed heb. Toen werd er nog gebouwd zonder isolatie of thermo beglazing. Inmiddels is er door de huurbaas wel dakisolatie en dubbel glas (helaas geen HR++ glas!) aangebracht, wat het comfort heeft verhoogd. Maar het verwarmingssysteem is ouderwets. Blokverwarming zorgt niet voor een eerlijke verdeling van kosten en voor energieverspilling. Leidingen zijn niet geïsoleerd waardoor er veel warmte verloren gaat. Aan dat warmteverlies betaal je mee via de gasrekening.
Omdat gas gekoppeld is aan de olieprijs, en de olieprijs elk jaar stijgende is, betaal je steeds meer aan verwarmingskosten. Dit is een grote zorg, vooral in de sociale huursector. Hoe moet je als je zo weinig verdient straks je huis verwarmen als de olie steeds maar schaarser wordt en dus duurder?
Een mogelijke deeloplossing zou zijn dat ieder huurhuis zijn eigen energiezuinige ketel krijgt en die megagrote radiatoren uit de jaren zeventig worden vervangen door kleinere, zuinigere. Ik durf te wedden dat Nederland nog vol staat met deze ouderwetse ketels en sterk achterhaalde verwarmingssystemen.
Het heeft zo’n 10 jaar geduurd voor de overheid om tot een Warmtewet (ingaande 1 januari 2014) te komen, die consumenten beschermt tegen te hoge tarieven voor gas, onacceptabele storingen en niet-transparante leveranciers van gas. Volgens de woordvoerder energie van de SP (Socialistische Partij) Paulus Jansen biedt deze nieuwe wet echter onvoldoende bescherming tegen te hoge energierekeningen. Dit feit is een van de redenen waarom hij minister Blok heeft voorgesteld om het Burgerlijk Wetboek zodanig aan te passen, dat verhuurders te allen tijde moeten meewerken aan het doen van rendabele investeringen in energiebesparing.
Helaas heb je als huurder geen vrije keuze als er sprake is van blokverwarming. Blokverwarming is een blok aan het been! Maar misschien brengt minister Blok hier verandering in?